hendrik de man

  • Het Comité

    Het Comité van de Vereniging voor de Studie van het Werk van Hendrik de Man draagt zorg voor het dagelijks bestuur en is thans als volgt samengesteld:

     

    • Lode Hancké, Piet de Man, Peter Dodge, Herman Balthazar, Bob Cools, Josée De Clerck, Maurice Duytschaever, Ann Van Lancker, Ludo Cuyvers en Jeannine Van Puyvelde

     

  • Wie zijn we - Hoe toetreden?

    Wie zijn we?

     

     

    De Vereniging voor de studie van het werk van Hendrik de Man ("Association pour l'étude de l'oeuvre d'Henri de Man") werd in 1973 te Genève (Zwitserland) opgericht en heeft aldaar haar maatschappelijke zetel als vzw volgens Zwitsers recht. Haar oogmerken en roeping zijn internationaal. Ze wil de wetenschappelijke studie van het werk van Hendrik de Man aanmoedigen, alsook de studie van de receptie van dit werk.

    De Vereniging wil de ideeën van Hendrik de Man aan de actualiteit toetsen op een wetenschappelijk-kritische manier. Vanzelfsprekend mag daarbij geen enkele discussie, over welk aspect van zijn leven of  werk dan ook, uit de weg worden gegaan.  Op die wijze wenst onze Vereniging ook de debatcultuur aan progressieve kant nieuw leven in te blazen. Eenieders bijdrage - ook de uwe - is erg welkom om deze koers tot een goed einde te brengen. Als lid van de Vereniging kunt u uw eigen visie op De Man doen uitkomen, specifieke aandachtspunten aanbrengen vanuit de actualiteiten/of vanuit uw eigen interesse of vakgebied, de praktische  uitwerking van een en ander actief medebepalen enz. 

     

     

    Hoe toetreden? 

     

    Het zou ons genoegen doen u als lid te mogen begroeten. Om toe te treden, volstaat het om de onderstaande antwoordstrook in te vullen en terug te mailen naar jeannine.vanpuyvelde@skynet.be. U kunt ze ook per post versturen naar de Vereniging voor de studie van het werk van Hendrik de Man, p/a Jeannine Van Puyvelde, Wouwstraat 3, 2640 Mortsel

    Ondergetekende..........................................................

    Straat en nummer: ............................................................

    Postnummer en gemeente: ....................................

    Tel.      ...............    Fax........................ 

    E-mail: ................................

    wens toe te treden tot de Vereniging voor de Studie van het Werk van Hendrik de Man en verbind mij ertoe om de jaarlijkse ledenbijdrage (25,00 EUR of 50,00 EUR per koppel;  steunbijdrage: 50,00 EUR of 55, 00 EUR per koppel; gepensioneerden en studenten betalen slechts 13,00 EUR) over te maken op rekeningnummer 973-0074562-03 ten name van de "Vereniging Hendrik De Man", Wouwstraat 3, 2640 Mortsel.

     

  • Beschikbare publicaties

      

    BESCHIKBARE PUBLICATIES

     

     

    Heruitgegeven werken van Hendrik de Man

    Au delà du marxisme. Paris, éditions du Seuil,1974. 446 p. 7,50 EUR. 

    L'idée socialiste. Genève, Association pour l’étude de l'oeuvre d'Henri de Man, Presses Universitaires Romandes, 1975. 542 p. 7,50 EUR.

    Der neu entdeckte Marx redécouvert. Genève, Association pour l'étude de l'oeuvre d'Henri de Man, 1980. 82 p. 4,00 EUR.

    Massificatie en cultuurverval. Edegem, Vereniging voor de studie van het werk van Hendrik de Man, 1991. 254 p. 9,00 EUR.

    Nationalisme en socialisme. Edegem, Vereniging voor de studie van het werk van Hendrik de Man, 1991. 106 p. (enkel nog digitaal verkrijgbaar)

    Wir! Ein sozialistisches Festspiel. Text von Hendrik de Man, Musik von Ottmar Gerster. Edegem, Vereniging voor de studie van het werk van Hendrik de Man, 2001. 32 p. 4,00 EUR. 

    Uitgaven van de Vereniging

    Actes du colloque international sur l'oeuvre d'Henri de Man. Genève, 1973, 3 volumes. 330 p. 7,50 EUR.

     

    Bulletin n° 13. Henri de Man 1885-1985. Numéro spécial publié à l'occasion du centenaire de la naissance d'Henri de Man, novembre 1985. 220 p. 4,00 EUR.

    Volledige reeks Bulletin van de Vereniging voor de studie van het werk van Hendrik de Man / Bulletin de l'Association pour l'étude de l'oeuvre d'Henri de Man, nrs. 1-26 (1974-2000). 25,00 EUR.

    Losse nummers van het Bulletin van de Vereniging voor de studie van het werk van Hendrik de Man / Bulletin de l'Association pour l'étude de l'oeuvre d'Henri de Man : tot en met nr. 26 (2000): 1,50 EUR; nrs 27 (2001), 28 (2003) en 29 (2003): 8,00 EUR; nrs. 30 (december 2004), 31 (december 2005), 32 (november 2006) , 33 (november 2007): 34  (november 2008) en 35 (november 2009) 13,00 EUR. 

    Michel Brélaz

    Henri de Man. Une autre idée du socialisme. Genève, éditions des Antipodes, 1985. 814 p. 13,00 EUR.

    Léopold III et Henri de Man. Genève, éditions des Antipodes, 1988. 340 p. 13,00 EUR.

    Henri de Man. Le "dossier Léopold III" et autres documents sur la période de la Seconde Guerre Mondiale - réunis, présentés et édités par Michel Brélaz. Genève, éditions des Antipodes, 1989. 456 p. 13,00 EUR.

    Un fascisme imaginaire. Genève, éditions des Antipodes, 2000. 95 p. 13,00 EUR.

    Bob Cools

    Op zoek naar het verloren Plan. Van het 'Plan de Man' tot de naoorlogse economische planning. November 2005, 5,00 EUR.

     

    Andere publicaties

    Adriaan M. van Peski. Hendrik de Man. Ein Wille zum Sozialismus. Tübingen, J.C.B. Mohr (Paul Siebeck), 1963. 24 p. 7,50 EUR.

      

    A. De Decker. Open Venster: Hendrik de Man, een ethisch socialisme. Kapellen, De Sikkel, 1978. 32 p. 1,50 EUR.

     

    Bestellingen 

     

    Vraag de juiste prijs, verzending inbegrepen, aan de algemeen secretaris van onze Verenigng, jeannine.vanpuyvelde@skynet.be(postadres: Wouwstraat 3, 2640 Mortsel). 

  • Oorlogsverleden

    Oorlogsverleden

    De houding van Hendrik de Man in de jaren 1940 en volgende kan niet worden losgezien van een aantal elementen die reeds daarvoor bij hem aanwezig waren: zijn groeiende kritiek op de onmacht van het parlementaire regime, zijn oprechte pacifisme en zijn daaruit voortvloeiende verknochtheid aan de neutraliteitspolitiek en zijn intense hang naar radicale sociale veranderingen.

    Het militaire debacle van mei-juni 1940 bevestigde het gelijk van diegenen die zich reeds aan de vooravond van de Duitse inval weinig illusies hadden gemaakt omtrent de overlevingskansen van de westerse democratieën. De gebeurtenissen van die periode werden door De Man bijgevolg niet louter als een militaire nederlaag ervaren, maar als de ineenstorting van een verouderd systeem. Op 20 mei 1940 merkte hij, "starend naar het brandende Duinkerken", op: "Deze oorlog is in werkelijkheid een revolutie. De oude sociale orde en het oude politieke systeem storten op dit ogenblik in elkaar. Hitler is een soort oerelement, een demonische kracht die een afbraak verricht die wellicht noodzakelijk geworden was".

    Feitelijk gesproken werd de houding van De Man tijdens "de wondere zomer van 1940" in de eerste plaats geconditioneerd door de krachtsverhoudingen binnen het nieuwe Europa: de Duitse heerschappij over het continent leek zeer stevig, indien niet definitief te zijn gevestigd; wat Engeland betreft, rekende hij op een vrede door vergelijk . Met de erkenning van die gegevens stond hij uiteraard in die dagen lang niet alleen. Vergeten we niet dat de Verenigde Staten zich nog afzijdig hielden, dat het niet-aanvalspact tussen Duitsland en de Sovjetunie nog van kracht was en dat enkel Groot-Brittannië nog weerstand bood aan de Asmogendheden. In brede kring werd daarom een terugkeer naar het vooroorlogse parlementaire regime niet meer voor mogelijk gehouden.

    In aansluiting op die voldongen feiten koesterde De Man blijkbaar gunstige verwachtingen jegens het bezettingsregime en de mogelijkheden die dat bood om een politiek van het minste kwaad te voeren, alsook om voor België een maximale autonomie te vrijwaren binnen een Europa dat voortaan door Duitsland werd beheerst. Ook met deze verwachtingen stond hij toentertijd niet alleen. Vele in België gebleven leiders meenden inderdaad dat ter beveiliging van de Belgische belangen, een zekere vorm van onderhandeling of zelfs samenwerking met de aanstaande overwinnaar was geboden, eventueel met behulp van een nieuwe regering rond de Koning. In samenhang daarmee werd ook gedacht aan een meer autoritaire staatsinrichting en een gevoelige versterking van de macht van het staatshoofd. De Man heeft zijn voorstellen hieromtrent vervat in het politieke programma van 19 juni 1940.

    Wat nu de toenmalige houding van de Man het meest typeerde, was de diepere, historische betekenis die hij aan het hele oorlogsgebeuren verleende. Ondanks alle offers en leed hadden de vijandelijkheden tenminste één positief en tevens voldongen feit mogelijk gemaakt, namelijk de ineenstorting van het oude regime, hetgeen hem voor het socialisme ruime perspectieven leek te bieden. Met die ineenstorting was zijns inziens een revolutionaire toestand geschapen: alle vroegere hinderpalen om tot een ingrijpende politieke en sociale omwenteling waren van de baan geruimd; deze toestand vergde geëigende gezagsvormen: eenheidspartij en eenheidsbeweging. Wellicht zijn het vooral deze aspecten geweest dat de jarenlange controverse rond zijn toenmalige houding heeft gevoed en nog steeds voedt: de kwalificatie van de oorlog als een katalysator voor sociale revolutie, van de ineenstorting van het bestaande politieke regime als een verlossing en de daaraan gekoppelde voorkeur voor een autoritaire politieke organisatie.

    Laatstgenoemd aspect kwam ten overvloede tot uiting in het befaamde Manifest van 28 juni 1940 dat hij aan de leden van de Belgische Werkliedenpartij richtte en dat vooral na de Tweede Wereldoorlog de geschiedenis inging als een lofzang op de nieuwe orde. Uiteraard ging dit Manifest uit van de Duitse overwinning: "Gelooft evenwel niet dat er weerstand moet geboden worden tegen de bezettende macht; aanvaardt het feit van haar overwinning". Evenzeer riep het Manifest de leden op om trouw te blijven aan hun belangen, het werk te hervatten en terug te keren tot het normale leven. Maar de klemtoon lag toch op de mogelijkheden die geboden werden voor een nieuwe sociale vooruitgang: "De oorlog is uitgelopen op de ineenstorting van het parlementaire stelsel en van de kapitalistische geldheerschappij in de zogenaamde democratische landen. Verre van een ramp te zijn, is deze ineenstorting van een vermolmde wereld voor de werkende klassen en voor het socialisme een verlossing (…) De vrede kon niet ontstaan uit een regime dat zich democratisch noemde, maar waar in werkelijkheid de geldmachten en de beroepspolitici regeerden, een regime dat meer en meer onmachtig bleek tot elk gedurfd initiatief, tot elke ernstige hervorming".

    Vanaf het najaar van 1940 gingen wel de euforie, maar niet alle verwachtingen van De Man nopens de uitkomst van de oorlog teloor. Hoe dan ook zette hij zijn inspanningen voort om de materiële belangen van de bevolking te verdedigen, zolang de bezetter hem daartoe de mogelijkheid bood.

    Zie voor meer informatie: Michel BréLaz. Léopold III et Henri de Man; IDEM. Le "dossier Léopold III" et autres documents sur la période de la seconde guerre mondiale (zie thema "Beschikbare publicaties"). Over het oorlogsverleden van Hendrik de Man vond op 12 december 2004 een colloquium plaats in het CC Berchem. De acta hiervan zijn gepubliceerd in Bulletin nr. 31 van de Vereniging (zie eveneens "Beschikbare publicaties").

  • Plan van de Arbeid

    Plan van de Arbeid

    De economische depressie die in 1929 intrad, hield volgens Hendrik de Man een speciale uitdaging voor het socialisme in : hoe de crisis van het kapitalisme omzetten in een omwenteling ervan? In zijn ogen was er dringend behoefte aan een concreet plan om de vigerende productie-ordening op structurele wijze, d.w.z. via een echte socialisatie, om te vormen en om tegelijkertijd de economische recessie te beëindigen. Bovendien had hij in Duitsland meegemaakt hoe een defensief optreden van de sociaal-democratie de weg had geëffend voor het nationaal-socialisme. In plaats van de opbouw van een breed antikapitalistisch front was de beweging zich blijven beperken tot haar klassieke steunpunt, de industriearbeiders. Als het socialisme de macht wou veroveren, diende het ook aansluiting te zoeken bij de middenstand.

    Het Plan van de Arbeid dat De Man voor België uitwerkte, beoogde een structurele omvorming van het economische systeem - de uitbouw van een gemengde economie – met de nationalisatie van het krediet en de gemonopoliseerde industrieën als sleutelelement. Deze structurele omvorming zou uitzicht bieden op een actieve conjunctuurpolitiek waarmee de werkloosheid kon worden beëindigd en de economische groei en welvaart konden worden opgevoerd. Samen met enkele politieke structuurhervormingen zou het Plan op die wijze de basis leggen voor een waarachtige economische en sociale democratie. Naast het nationale karakter was de drijfveer van het algemeen belang opvallend. Tegen het monopoliekapitalisme hoorde een "Front van de Arbeid" , bestaande uit alle slachtoffers van de crisis, dus niet enkel arbeiders, maar ook boeren en middenstanders, in het geweer te worden gebracht.

    Tussen maart 1935 en maart 1938 heeft De Man achtereenvolgens deel uitgemaakt van de regering - Van Zeeland I, waarin hij bevoegd was voor Openbare Werken en Opslorping van de Werkloosheid en van de regeringen – Van Zeeland II en Janson, waarin hij de portefeuille van Financiën bekleedde. Met betrekking tot het Plan van de Arbeid kon deze ministeriële carrière slechts een beperkt succes worden genoemd. Weliswaar werd een actieve conjunctuurpolitiek geïntroduceerd die spoedig tastbare resultaten opleverde: op korte tijd werd een economische expansie in het leven geroepen die de werkloosheid tot honderdduizend eenheden terugbracht en die het vertrouwen van zakenwereld en publieke opinie deed terugkeren. Echte structuurhervormingen bleven zowel op economisch als op politiek vlak achterwege.

    Zie voor meer informatie: B. COOLS. Op zoek naar het verloren Plan. Van het ‘Plan de Man" tot de naoorlogse economische planning [zie thema "Beschikbare publicaties"). Over het planisme van Hendrik de Man vond op 28 november 2005 een colloquium plaats in het CC Berchem. De acta hiervan zijn gepubliceerd in Bulletin nr. 32 van de Vereniging.

  • Vernieuwing van het socialisme

    De vernieuwing van het socialisme

    Zijn deelname aan Wereldoorlog I als oorlogsvrijwilliger, zijn verblijf in het revolutionaire Rusland in 1917 alsook zijn Amerikaanse ervaringen in de jaren 1918-1920, brachten een hele ommekeer in het denken van Hendrik de Man teweeg, die hijzelf op treffende wijze heeft omschreven als "the Remaking of a Mind". In de eerste plaats was er de sterk gestegen waardering van de politieke democratie, een begrip waarmee hij niet alleen de meer courante betekenis, namelijk de regeringsvorm die berust op de instemming van de geregeerden, viseerde, maar ook en vooral de politieke rechten en vrijheden. Om zijn oorlogsdeelname voor zichzelf te rechtvaardigen, vond hij steun in de moreel hoogstaande 14-puntenverklaring van de Amerikaanse president Woodrow Wilson; de inzet van alle offers en strijd kon in laatste instantie worden teruggebracht tot "een burgeroorlog op wereldschaal voor de instelling van de politieke democratie". In Rusland was hij ten zeerste ontstemd geweest door de bolsjewistische minachting voor de democratie welke aanleiding had gegeven tot een nieuw despotisme dat in geen enkel opzicht aanspraak kon maken op de kwalificatie "socialisme" en er veeleer een karikatuur was van geworden. De politieke democratie werd door hem bijgevolg van essentieel belang geacht niet alleen om het socialisme te realiseren, maar ook om het te definiëren: "In Rusland ontmoette ik het socialisme zonder democratie, en in Amerika de democratie zonder socialisme. Wat mij betreft, indien ik zou moeten kiezen, dan zou ik nog liever leven in een democratie zonder socialisme dan in een socialistisch regime zonder democratie. Dat wil niet zeggen dat ik meer democraat ben dan socialist. Dat betekent alleen maar dat een democratie zonder socialisme toch nog altijd een democratie blijft, terwijl socialisme zonder democratie zelfs geen socialisme meer is".

    In de tweede plaats was er de tragische afwikkeling van Wereldoorlog I: het revanchisme van de overwinnaars, de scheuring van de Tweede Internationale, het uitblijven van daadwerkelijke garanties aangaande een betere internationale ordening. Volgens De Man was het zaak om daaruit de passende conclusies te trekken ten aanzien van de socialistische beweging. Ondanks alle revolutionaire fraseologie had die beweging steeds meer genoegen genomen met reformisme en verburgerlijking, fenomenen die paradoxaal genoeg in zijn ogen juist door de marxistische theorie werden aangemoedigd: het geloof in de onafwendbare overgang van kapitalisme in socialisme bleek een afwachtende houding te begunstigen; de loutere verdediging van de arbeidersbelangen werkte bovendien een integratie in de gevestigde orde in de hand.

    De Man riep op om afstand te doen van het economische determinisme ten gunste van "een denkwijze, die aan de mens als psychologisch reactiesubject de voornaamste betekenis toeken(de)". Een individuele keuze voor het socialisme vond niet plaats op grond van een welbepaalde positie in het kapitalistische productieproces, maar op grond van motieven die ontleend waren aan vóór-kapitalistische tendensen en rechtsvoorstellingen. Het waren deze motieven die centraal dienden te staan. Democratie én socialisme gingen terug op dezelfde motieven die, uitgaande van de gelijkheidsgedachte van het christendom, een tendens naar toenemende zelfbeschikking aanwezen. De specifieke bijdrage van het socialisme aan die tendens bestond volgens hem voornamelijk hierin dat het de politieke democratie niet alleen wenste te verruimen tot alle burgers, maar ze ook en vooral wou uitbreiden tot een maatschappelijke en economische democratie. Maar hierbij konden volgens De Man niet om het even welke actiemiddelen worden ingezet. Enkel de middelen die hun oorsprong vonden in hetzelfde motief als het doel, waren gerechtvaardigd te noemen. Zoals hij het zelf in zijn Psychologie van het Socialisme verwoordde: ‘Geen waarderingsoordeel over een sociale beweging is af te lezen uit het door haar nagejaagd einddoel. Het motief voor het heden, niet het doel voor de toekomst beslist alleen" . Voor hem was wellicht de meest belangrijke les uit de Eerste Wereldoorlog de volgende: elk type van denken verwerpen waarvoor het doel de middelen heiligt: "Door een slecht middel – het deelnemen aan een oorlog – is een goed doel – de overwinning van de oorlog – niet te bereiken. Evenmin kan men de vrijheid door het despotisme, de democratie door de dictatuur, de geweldloosheid door het gebruikmaken van geweld verwezenlijken".

    Over de geestelijke erfenis van Hendrik de Man vond op 12 december 2003 een colloquium plaats in het Bondsgebouw te Antwerpen. De acta hiervan werden gepubliceerd in Bulletin nr. 13 van de Vereniging. Zie voor meer informatie eveneens: Michel Brélaz. Une autre idée du socialisme (zie thema "Beschikbare publicaties").